parelhoen

Parelhoen en groentekramen

Geschreven door: | Gepost op: | Categorie:

Vrieeend,

Ik liep begin deze week rond met een totaal verwaaide aura. Als de mistral het op een akkoordje gooit met de föhn en ze hun krachten bundelen, kan je beter binnenblijven. Op de socials verschenen foto’s en filmpjes van omgevallen bomen die op wagens waren terechtgekomen en van kusthaventjes met vervaarlijk deinende bootjes die dansten op de wilde golven. In Lorgues haalden we pieken van negentig kilometer per uur maar aan zee en verder naar het oosten, in Les Alpes Maritimes, ging het zelfs naar honderdveertig en meer.

“Le vent qui rend fou” heet het fenomeen hier en dat is niet zonder overdrijving. ’s Nachts werd ik om de zoveel tijd wakker van het gedreun buiten. De luiken van mijn onderburen klapperden open en dicht - ze zijn allen met vakantie en ik zit alleen in het gebouw - en ik kon maar moeilijk de slaap vasthouden. Op mijn boulevard waaide alles wat niet goed vastzat omver en knalde er al eens iets tegen een geparkeerde wagen. Doenk! Mroembelloem!

Even plots als het was begonnen, viel het geweld stil. Normaal houdt de wind drie dagen aan, of zes dagen, of negen dagen, maar nu was het al na twee dagen gedaan. Als zelfs de mistral het voortijdig opgeeft…

Er zijn geen zekerheden meer.

De wind ging liggen en tot mijn opluchting kon de dinsdagmarkt, niet langer gehinderd door meteorologische storingen, gewoon doorgaan. Ik had het me namelijk in het hoofd gehaald om een parelhoentje te braden en op de markt staat een dame uit Vidauban die kippen, haantjes en parelhoenderen van eigen kweek aanbiedt. Stoof daar een paar stronken witloof bij en leg er wat aardappeltjes onder en je hebt een feestmaal. Ik trok dus met mijn boodschappenlijstje naar de markt op zoek naar de ingrediënten.

Sinds Sandrine van mijn favoriete groentekraam er de brui aan gaf, loop ik wat verloren. Nu, ze zijn talrijk hoor, de kramers met groenten en fruit, het is dus niet meer dan een kwestie van een alternatief te vinden dat past bij mijn wereldbeeld.

De meeste venters zijn me teveel gladjanus. Ze proberen me te verleiden met opgeblonken tomaten die vers uit de carwash lijken te komen, met extra waxlaag en al. Ik heb liever iets waar ik de modder nog moet afschrapen, ik wil het land kunnen ruiken en de aangeboden waren mogen gerust wat blutsen en builen hebben.

Ik probeerde een stalletje uit in de Avenue de Toulon. De bedrijfsstructuur van deze kramer werd me al snel duidelijk. Vader zat aan de kassa bij de groenten, moeder zat aan de kassa van de fruitafdeling en zoon en dochter moesten de klanten lokken. Ik snuffelde er wat rond en vader stuurde meteen de dochter op me af. ‘Allez monsieur, kies maar uit’, riep hij me toe, ‘we zijn wat duurder dan de concurrentie maar kijk eens wat een mooie koopwaar’. Dochterlief keek me daarbij diep in de ogen en lachte me gemaakt vriendelijk toe. Bij zoveel gespeelde hartelijkheid ga ik al snel in vluchtmodus. Ik bedankte de familie, wenste hen een mooi leven met veel kinderen en kleinkinderen toe, vergat niet dat het kerstmis was en mompelde dus tussen mijn tanden nog iets in de trant van “Bonnes fêtes” waarna ik snel de Boulevard de la République beklom.

Helemaal bovenaan stond een al wat oudere man met donkerbruine ogen en grijze baard in zijn handen te blazen. Hij verkocht het soort fruit en groenten dat er wat mij betreft normaal uitziet en ik begon de oude gevlochten boodschappenmand van mijn moeder zaliger te vullen. Toen ik wilde afrekenen zegde de man dat ik de volgende keer gebruik kon maken van de plastic zakjes die hij om de paar meter aan zijn tafels had bevestigd. ‘Beste meneer’, antwoordde ik, ‘er is veel te veel plastic in de wereld. Ik ga dat dus niet doen. Sandrine gebruikte papieren zakjes, en dan enkel voor kwetsbare dingen zoals champignons en tomaten. Ik bracht haar de week erna die zakjes terug zodat ze ze opnieuw kon gebruiken. Idem voor de kartonnen eierdozen. U doet wat u wil, maar ik gooi alles het liefst gewoon los in mijn mand. Mijn mama deed dat en ik doe dat ook’.

Indien ik had gehoopt dat de man plots tot inzicht zou zijn gekomen en zijn plastic zakjes zou vervangen door iets wat minder belastend was voor de planeet was ik eraan voor de moeite. Hij nam integendeel mijn boodschappentas, keek er eens in en zette ze op zijn weegschaal. ‘Ik zal u een goede prijs maken’, zei hij. ‘Ik heb wel veel verschillende dingen genomen’, zegde ik, ‘prei, zes grote ronde tomaten, vier cœur de bœuf, twee soorten aubergines, een hand aardappeltjes, drie wortels, twee stronken witloof, rode paprika’s, ajuinen, broccoli, een zoete aardappel, aubergines, … Moet u dat niet apart wegen?’. ‘Ik zal u een goede prijs maken’, zei hij opnieuw, ‘Veertien euro voor de hele hap. Het is te koud, ik heb geen zin om alles apart te rekenen’.

Veertien euro. Voor die prijs maakte ik me een grote pot soep, had ik ovengroenten voor drie dagen, kon ik me een grote portie saus maken voor bij de pasta, had ik een tomaatje voor bij het middageten en had ik groenselgewijs wat ik nodig had voor mijn kerstavondmaal.

Ik denk dat ik volgende week opnieuw bij die man langsloop.

Wel jammer van al die plastic zakjes, hij mag dat niet doen.

Boulevard Clemenceau
Schrijf je in op de blog en krijg een bericht als er een nieuwe brief is,

(of stuur gewoon een reactie).


11 Boulevard Clemenceau
83510 Lorgues
France

© Hans Lengeler 2020
Update 2025
www.webdesign-prepress.com

Geen verborgen cookies, geen heimelijke trackers, geen advertenties, geen ChatGPT. What you see is what you get!