Lentekruiden
Vrieeend,
Na de regen kwam de wind. Maar uiteindelijk ging ook die liggen en ontstond er een vermoeden van vroege lente. Je kan zoiets ruiken en ik moest er zowaar van niezen. Maar dat kon ook te maken hebben met de cypressen die momenteel massaal hun pollen lossen. Ik hoorde in het nieuwsbericht dat deze week ook in mijn ouwe thuisland de temperaturen stegen tot een heerlijke 19°c? Het is misschien nog maar een voorzichtig begin van beter, maar mij hoor je niet klagen.
Je merkt meteen het verschil als je de markt aandoet. Bij mooi weer staat er minstens een derde meer kramen in de straten en is er bijgevolg ook meer begankenis. De stemming onder de mensen is opgewekt, ze wensen elkaar een mooie dag of een mooie week toe, ze troepen samen om wat te tetteren en ze blokkeren de smalle straten. Normaal is dat één van mijn "marktergernissen", maar het contentement onder de dorpers werkt aanstekelijk en ik vertraag als vanzelf mijn stap naar het groentekraam. Ik heb dan ook geen haast om me op deze mooie dag al snel op mijn appartement op het vierde te gaan wegstoppen.
Het mogen dan al zachte dagen zijn, de Provençaal kleedt zich nog steeds met een vestje en een sjaal. De vroege toerist loopt rond in t-shirt en shorts en wordt nagestaard. Sommigen tikken met hun vinger tegen hun slaap, ten teken dat je echt gek moet zijn om nu reeds halfnaakt door de straten te lopen. Iedereen weet dat het minstens tien graden te koud is voor zomerkleren, maar ach, als die Germanen uit het noorden ziek willen worden is het hun eigen keuze. Zolang ze hier hun geld opdoen, is alles toegestaan.
"Eén zwaluw maakt de lente niet" zegt het spreekwoord. Net zomin maakt één toerist het seizoen nog niet. Maar het is een begin, het houdt de belofte van meer in, het stelt gerust dat men in het noorden nog steeds weet dat men in het zuiden een warme plek als Lorgues kan bezoeken.
Ik bleef even hangen bij het kruidenkraam - mijn voorraad Plancha-mix mocht worden bijgevuld - en wachtte mijn beurt af. Een dame kon maar niet beslissen wat ze zou kopen en eiste de aandacht van de verkoper helemaal voor zichzelf op. Haar man stond ondertussen zenuwachtig heen en weer te schuifelen en keek de andere klanten ietwat verontschuldigend aan. ‘Wat is het verschil tussen deze zak Herbes de Provence en die daar achteraan?’, wilde de dame weten. ‘Geen verschil’, antwoordde de verkoper. ‘Maar waarom heb je dan twee zakken?’, vroeg de dame achterdochtig. ‘Dat is reserve’, antwoordde de verkoper, ‘Ginder links ligt trouwens nóg een zak met Herbes de Provence’. ‘En kosten die allemaal evenveel?’, vroeg de dame. ‘De prijslijst ligt hier vooraan’, antwoordde de verkoper, ‘Alles heeft zijn kleurcode. Rood is 32,- € per kilo, groen is 60,- € en blauw is 105,- €. We hebben maar drie tarieven, Herbes de Provence heeft code rood’. ‘Hm’, knorde de dame, ‘Geef me dan tien grammen uit de zak vooraan en tien grammen uit die zak ginds achteraan, zo ben ik zeker dat je me niet bedriegt’.
Haar ventje had zich inmiddels stilletjes een paar meter verderop gepositioneerd en stond gespeeld afwezig naar de takken van de bomen te staren als wilde hij zeggen dat hij niets te maken had met heel het gênante gebeuren. Nadat moeder de vrouw de koop had gesloten en zich weer bij hem voegde, zag ik dat hij onder zijn voeten kreeg om het één of het ander, maar ik verstond niet waarover de discussie ging en het interesseerde me eigenlijk ook niet.
Ik kocht een zakje Plancha-mix, een zakje Mélange pour Pommes de Terre en een zakje Herbes de Provence. ‘Jullie Plancha is fantastisch in een oven-groenteschotel’, zei ik. De verkoper lachte en gaf me gratis een half handje Poivre Allongé mee. ‘Om eens te proeven’, zei hij, ‘Laat me volgende keer maar weten wat je ervan denkt’.
Onderweg naar huis werd ik aangeklampt door iemand met een pak folders in de hand. Televerkopers, Getuigen van Jehova en mensen op de markt met folders in de hand zijn wat mij betreft onder te brengen in de categorie “Ongewenst” en ik tracht hen dan ook zoveel mogelijk te vermijden. ‘Bonjour monsieur’, klonk het in mijn richting, ‘Volgende maand zijn het gemeenteraadsverkiezingen en het wordt hoog tijd dat er een ander beleid komt in Lorgues. De onveiligheid meneer, …’. Ik mompelde iets onverstaanbaars en maakt me uit de voeten.
Aangezien ik hier woon, wil ik best meewerken aan de democratie. Maar ik was te laat om me te registreren - stemmen is in Frankrijk niet verplicht - en zodoende zal ik het circus aan me voorbij laten gaan. Zolang onze burgemeester niet voorkomt in de Epstein-files mag hij wat mij betreft aanblijven en verderdoen zoals hij bezig is. Afgezien van de lokale zatlappen die ’s nachts al eens zingend door mijn boulevard durven trekken, ondervind ik hier weinig problemen.
De ramen kunnen opnieuw open, de lucht is blauw, al de rest doet er nu even niet toe.
