kerstolijfboom

Krrrst

Geschreven door: | Gepost op: | Categorie:

Vrieeend,

Laat ons dankbaar zijn dat we geen kalkoenen zijn. De dagen van Vrede op Aarde aan alle Mensen van Goede Wil zijn tegelijk een ware hel voor het pluimvee dat volgende week via een doortocht langs de keukenoven op menig feestdis zal belanden. Maar goed, kerstmis draait rond de geboorte van het kindeke, niet rond de geboorte van het kuikentje. Er is een verschil.

Maar dit terzijde.

Inmiddels hangt ook mijn boulevard vol kerstballen en lichtjes en heeft de kerstman zijn doortocht gemaakt in een oude sidecar van het Amerikaans leger uit WO II. In de Provence doen we de dingen altijd nét iets anders dan wat de Coca-Colacompany ons heeft geleerd. Hier roept de kerstman bijvoorbeeld geen “Hohoho” maar werd hij afgelopen zondag, tijdens de Marché de Noël, betrapt op het veelvuldig gebruik van de krachtterm “Putaing de merde” omdat zijn vintage moto niet wilde starten. Gelukkig waren er op dat ogenblik niet teveel kinderen in de buurt. Maar goed, zo weten we dat de kerstman een zwaar Provençaals accent heeft en vermoedelijk niet eens op de Noordpool woont wegens een te koud en te grijs klimaat. Een mens leert elke dag bij.

Vorig weekend ging ook het jaarlijks kerstconcert van de Philharmonie Lorgaise door. De opbrengst gaat via Telethon - de Franse tegenhanger van de Warmste Week zeg maar - naar een goed doel. Het was tevens het afscheidsconcert van de dirigent - en toch ook wel een beetje mijn vriend - Pierre.

Het kerstconcert verloopt reeds een paar jaar via een vaste formule. Als opener mag het koor van de katholieken een paar liedjes zingen. De dirigent - kwatongen fluisteren dat zijn grootste kwaliteit eerder ligt in het draaien van pannekoeken in de lucht - meent het zeer ernstig en put uit het œuvre van Versailles' hofcomponist Jean-Babtiste Lully en uit het uitgebreide liedboek van de grote Spaanse polyfonist Tomàs Luis de Victoria. Geen simpele jongens. Het amateurkoor faalt echter al jaren jammerlijk in de uitvoering van deze voor hen veel te moeilijke stukken. Dit komt deels omdat een paar sopranen denken dat hoe scherper je zingt, hoe meer je je kan onderscheiden, hoe meer aandacht je krijgt en bijgevolg hoe beter het is voor je eigen reputatie, en deels omdat de meeste leden gewoon niet kunnen zingen en omdat de dirigent met zijn gedachten bij zijn pannekoeken zit in plaats van zijn zangers een beetje ambitie bij te brengen.

Er zouden wetten moeten bestaan tegen dit soort auditieve terreur.

Het publiek werd gelukkig uit zijn lijden verlost door het volgend onderdeel van het concert: een optreden van het koor van de Lorguense “sossen”. Ook niet echt goed, maar wel al een heel stuk vrolijker en sympathieker. De dirigent is een mens van het volk en spreekt iedereen toe in het lokaal dialect, wat de sfeer al meteen losser maakt. Ik kreeg er geen hoofdpijn van en dat is ook iets waard. Maar ik ben al lang vergeten wat ze kwamen zingen. Kerstliedjes vermoedelijk.

En dan was het de beurt aan Pierre met zijn fanfare. Ik heb daar in vorige Brieven ook al wel eens iets over geschreven. De Philharmonie is niet méér dan wat het pretendeert te zijn: een gemotiveerd amateurorkest dat het beste van zichzelf geeft, maar zich in de eerste plaats komt amuseren. Tot mijn niet geringe verbazing speelden de muzikanten met een zelfvertrouwen een een focus die ik nog niet had gezien en gehoord bij de Philharmonie Lorguaise. Voor de laatste twee stukken op het programma werden zij extra versterkt door de beide koren, zodat Pierre plots tachtig zangers en dertig muzikanten diende te dirigeren. Awel, het was krachtig, het was mooi, het had een hoog octaangehalte. Pierre hanteerde de dirigeerstok alsof het de laatste keer was dat hij op zijn verhoogje stond en hij gedroeg zich als een dompteur in een leeuwenkooi die de wilde dieren zijn wil op legt. Goed gedaan, Pierre.

Nu, het wàs ook de laatste keer dat hij de Philharmonie Lorguaise dirigeerde want Pierre stopt ermee. Na afloop van het concert kwamen het applaus en de tranen. En de bloemen en de drank. En het dankwoord van iemand die het kon weten. ‘Zo ne goeien hebben wij nog niet gehad’, sprak de man met gebroken stem, ‘vivat bomma, patatten en endouilles. En we gaan nog niet naar huis, bijlange niet, bijlange niet. En zolang dat de lepel in de aïoli staat, dan treuren wij nog niet, dan treuren wij nog niet’.

Toch iets in die stijl, meen ik te hebben gehoord.

Enfin, sinds het concert zit de kerstsfeer er in mijn dorp goed in. Zo één keer per jaar mag dat.

Boulevard Clemenceau
Schrijf je in op de blog en krijg een bericht als er een nieuwe brief is,

(of stuur gewoon een reactie).

Je gegevens worden enkel gebruikt om je op de hoogte te houden van nieuwe brieven. Ze worden onder geen enkel beding doorgegeven aan derden.


11 Boulevard Clemenceau
83510 Lorgues
France

© Hans Lengeler 2020
Update 2026
www.webdesign-prepress.com

Geen verborgen cookies, geen heimelijke trackers, geen advertenties, geen ChatGPT. What you see is what you get!