Horizontaal gesprek
Vrieeend,
De meeste mensen herstellen nog van een peperdure decembermaand en leven karig naar het einde van januari toe. Wie niet naar buiten moet, blijft binnen. Wie het zich kan veroorloven, eet eerst de overschotten uit de diepvriezer op vooraleer vers te kopen. Kortom, het is half januari en er valt geen hol te beleven in mijn dorp. Als je houdt van de combinatie “grijs-bewolkt-desolaat” is het dus nu het moment om een ticket naar Lorgues te boeken.
Als de zon opkomt, hangt er mist in de vallei en als dan later de wolken openbreken moet je opletten dat de lage zon je niet verblindt. Als ik de baan op moet, probeer ik het zo in te plannen dat ik zo min mogelijk geflikker in de ogen heb. Het afwisselen van licht en schaduw tussen de kale takken geeft een stroboscopisch effect en daar krijgt een mens op den duur schele koppijn van.
Het gekwetter van de kauwen en het gekoer van de duiven wordt niet langer gedempt door het gebladerte van de platanen waarin zij nesten. Je wil niet weten wat een kabaal die beesten kunnen maken, vooral ’s ochtends bij hun zonnegroet. Het maakt dat ik liever nog even onder de wol blijf, een kussen op mijn oren gedrukt, alvorens aan de dag te beginnen. Winterslaap zou een universeel recht van de mens moeten zijn. Een paar weken per jaar is al voldoende.
De lokale horeca weet dat de gemeenschap zich momenteel in een staat van inerte lethargie bevindt en doet niet de moeite om de deuren te openen. Bistro Le Parc? Tijdelijk gesloten. Brasserie Le Grillion? Jaarlijks verlof. Restaurant Chez Ludo? Gesloten wegens verbouwingen. Restaurant Ô P’tibouren? Dicht wegens het opmaken van de inventaris. Café La France - Tabac, Lotto en PMU? Gesloten wegens een openstaande gokschuld.
De enige die tegen alle logica in de zaak dichthield tijdens de feestdagen, La Table de Pôl, is nu wél open maar trekt geen klanten. Ze hebben vorig jaar hun prijzen flink opgeslagen waardoor ze het een beetje hebben verkorven bij de doorsnee Lorguenaar en aangezien er momenteel geen toeristen zijn die het niet erg vinden om iets meer te betalen, blijft de gelagzaal leeg.
Pôl, Pôl, Pôl…
‘De grote is kou is weg’, sprak de bakkersvrouw. ‘Gelukkig wel’, antwoordde ik, ‘maar wat een wind vannacht, ik ben er een paar keer wakker van geworden’. ‘Ja’, viel ze me bij, ‘een harde noordwester. En nu krijgen we weer een paar dagen regen. Un grand pain au céréales zoals gewoonlijk?’.
Nu we leven in “Het Tijdperk van de Grote Leugen” - met dank aan FaceBook, Google, X, ChatGPT, AI-beeldgeneratoren en een paar walgelijke oude mannen met de emotionele intelligentie van een kleuter en veel te veel macht - is zo’n horizontaal gesprek met de bakkersvrouw geruststellend. Het doet een mens beseffen dat de dingen zijn zoals ze zijn, dat het kan vriezen en dat het kan dooien. Kijk naar omhoog en je ziet wolken, klap je paraplu dicht en je krijgt regen op je kop, wandel door het bos en je ruikt de humus, zet je neer op een steen en je voelt de kou aan je billen, steek je teen in de Verdon en er komt misschien een vis aan sabbelen.
Tegen de realiteit kan geen synthetisch beeld of alternatief feit tegenop. Soms heb je een bakkersvrouw nodig die je helpt om je even in herinnering te brengen dat het echte leven zich niet op het internet afspeelt.
Knuffel
