Het tuinpad van mijn vader
Vrieeend,
Ik vertelde het reeds, in de Provence doen we de dingen vaak nét iets anders. Zo kwam het dat kerstavond verschoof naar kerstmiddag. Dat werkt even goed en je ligt tenminste op tijd in je bed. Kerstdag is voor een doorsnee Belgische ex-pat zoals ikzelf dan weer een dag van Brusselse spruitjes, patattenpuree, “boulettes en stoemelings” en een stel ouwe films met Audrey Hepburn. Altijd goed.
De Stille Nacht, Heilige Nacht moet op mijn boulevard zowat de stilste en heiligste vierentwintig uur van het jaar zijn geweest. Geen kat op straat, de horeca en de winkels gesloten … Enkel de boulangerie was tijdens de voormiddag enkele uren open. De bakkersvrouw had zich voor de gelegenheid verkleed als Mère Noël. Ze droeg een rode gevoerde muts met witte dot, een rode Canadese kersttrui die was versierd met witte ijskristallen en groene sparretjes, en een strakke zwarte broek. Ik vond haar om op te eten, maar dat kwam misschien omdat ze daar zo tussen al die taarten stond te draaien en ik nog niet had ontbeten.
Iemand gaf me ooit een goeie tip om een saai kerstfeest in de war te sturen. Het werkt enkel als er streng gelovige mensen aan de dis zitten, zoals mijn tante nonnekes lang geleden, maar als dat het geval is, laat je dan vooral gaan. Terwijl de oesters, de kreeft en de kalkoen worden opgediend, stel je gewoon de vraag: ‘Wat zou Jezus zelf, bijvoorbeeld op zijn achttiende verjaardag, hebben gegeten? Een heerlijke kerststronk? Een stuk gevogelte met vettige roomsaus? Wildgebraad? Of als zoon van een timmerman gewoon een simpele falafel, een maqlouba of een musakhan?’.
Alleen al het uitspreken van de namen van deze goddeloze gerechten zal voor verwarring zorgen. Laat de discussie vervolgens losbarsten terwijl jij zelf even buiten op het terras een safke gaat roken. Veel kans dat de ware gelovige vanuit het aangeleerd christelijk schuldgevoelen voor de rest van de avond geen hap meer binnenkrijgt. Neem vervolgens zelf de overschotten mee in een meegebrachte doggybag en je hebt gratis eten tot nieuwjaar.
Ach, de tante nonnekes indertijd... - om eerlijk te zijn, het waren tantes en groottantes van mijn vader. Zijn moeder, onze oma langs vaderskant, woonde bij ons in en om de zoveel tijd verlieten de tante nonnekes het klooster om de familie een zondagsbezoek te brengen. Ze kusten ons vol op de mond, wat wij ongelofelijk goor vonden. In het klooster waren geen badkamers en geen douches en onze tante nonnekes geloofden dat er bepaalde lichaamsdelen waren die men diende te associëren met zonde. Daar mocht men niet naar kijken, dat werd niet aangeraakt en men durfde dat dus al eens over te slaan bij het wassen. Meer uitleg moet ik niet geven zeker?
Wij keken dan ook niet echt uit naar deze familiebezoeken. Onze oma had haar eigen kamers in huis zodat we al snel truukjes vonden om ons terug te trekken uit de mufheid van haar woonst. Trouwens, op den duur weet je toch van buiten hoe zo’n namiddag verloopt. Mijn oma begon zonder uitzondering elk gesprek met ‘Toen ik nog een klein meisje was’, om dan anderhalf uur later met veel tranen en volgesnoten zakdoeken zuchtend en kreunend te besluiten met ‘Ik zal niet lang meer leven’. Het arme mens heeft een doodsstrijd gekend van minstens vijfendertig jaar want zolang heeft ze ons datzelfde verhaal opgesolferd.
Haar zware en moeilijke leven heeft haar gelukkig niet belet om een aantal mooie groepsreizen te maken naar Benidorp (sic) - den besten bufsteek friet die ik ooit heb gegeten - , Rome en de Povlakte - daar was een man van de maffia die mooie liedjes speelde op zijn “monica” - en Tunis waar ze op de markt een hoop brol had gekocht voor géén geld omdat ze de lokale marktkramers op de rand van de waanzin had gebracht met haar eindeloos afdingen.
Soit, na het verhaal van haar lange leven was het tijd voor het gebed, gevolgd door koffie en een stuk taart en dan werd mijn vader gesommeerd om zijn tantes en groottantes in zijn wagen te duwen en hen terug te voeren naar hun cellen in het klooster.
Vergeef me, om één of andere reden bevond ik me even op het tuinpad van mijn vader in plaats van op de Boulevard Clemenceau. De nonnekes hebben blijkbaar meer indruk op me gemaakt dan ik besefte.
Maar een beetje nostalgie hoort bij kerst. Dat mag.
