Half september
Vrieeend,
Het waait in het zuiden en op sommige dagen hangen er grijze sluiers in de lucht. Maar meestendeels schijnt de zon. We krijgen van god een beetje wind, een beetje regen en een beetje wolken, maar altijd komt het licht terug. We halen overdag nog ‘slechts’ 27°c. De zuiderling vindt dit al vrij frisjes en draagt een lange broek onder een hemd met lange mouwen. De toerist herken je aan zijn shorts en dunne t-shirts.
Zo gaat dat, half september, op een Provençaalse boulevard.
Ik stond voor een gesloten deur bij mijn bakker. Nu het seizoen door is, sluit de zaak opnieuw op woensdag en op zondagnamiddag. Liet woensdag nu net de dag zijn dat ik brood nodig had. Ik trok mijn plan met een industrieel brood dat ik kocht in de mini-superette naast mijn deur. Dat is heel eetbaar maar niet zo lekker als een vers gebakken exemplaar. Veel te zoet ook. Waarom doet men eigenlijk overal zoveel suiker in? Omdat suiker verslavend is, ik weet dat wel, maar het is soms echt overdreven.
Men zou evengoed alles naar, bijvoorbeeld, kabeljauw kunnen laten smaken. Ik weet inmiddels hoe dat moet. Je hebt enkel een diepvriesvak en een slordig verpakte kabeljauwfilet nodig. Laat die vervolgens een dag of twee lustig zijn geurmoleculen afzetten in de aanwezige ijskristallen en alles wat je uit je diepvriesvak haalt, zal voortaan naar kabeljauw ruiken. Ben & Jerry’s met een visgeurtje, het is eens iets anders.
Ach, alles went.
Op de Place Ferrages, waar ik meestal parkeer, staan bordjes die de mensheid aanmanen om vanaf dinsdag de wagen te verplaatsen. De parking wordt afgesloten tot de daaropvolgende maandagochtend. Het is namelijk weer de tijd van de “Fête Foraine”, de jaarlijkse kermis zeg maar, en die gaat deels door op de Place Ferrages. Op de Place Neuve is er op zaterdagnamiddag een concert van de Philharmonie Lorguaise onder leiding van Pierre, mijn ex-buurman van het tweede en aan de trappen van het gemeentehuis staat dan later op de avond de “Soirée Jeunes IBYZA” (sic) geprogrammeerd.
IBYZA.
Hoe spreek je zoiets uit? Ibeiza? In Franse oren klinkt dat nogal dubieus, “y-baise-à”. Ik vermoed dan ook dat er vanop het spreekgestoelte op zondag, voor, na en tijdens de “Procession et Messe” door meneer pastoor aandacht zal worden besteed aan deze ongelukkige formulering.
Of niet. Meneer pastoor is op het IBYZA-punt namelijk zelf niet geheel onbesproken.
Op zondagavond wordt de kermis dan afgesloten met een “Feu d’artifice” waarmee men op feestelijke wijze de omringende bossen en velden in de fik gaat steken. De everzwijnen lopen hier inmiddels door de dorpsstraten, een klein bosbrandje kan die beesten misschien op andere gedachten brengen. En zo niet weten de jagers er vanaf volgende week wel raad mee.
Enfin, ik kijk er al naar uit, naar de kermis. We hadden de afgelopen weken slechts drie avondconcerten op de boulevard. Een mens gaat dat missen op den duur. Mijn buurman van het derde zal ook wel blij zijn dat er nog eens wat leven in de brouwerij komt. Die stond een paar weken geleden klaar met een emmer ijskoud water die hij door zijn raam op een zeurende zanger voor onze deur wilde gooien.
Muziek verzacht de zeden. Alleen, het meelijwekkend gepiep en geblèr dat deze kwetsbare gevoelige jongen voortbracht, verhàrdde dan weer de zeden van mijn buurman van het derde. Muziek, het is een wonderlijk iets.
Maar eerst ondergaan we nog de “Vide Grenier”. Morgen, op zondag, mag iedereen zijn ouwe brol op straat gooien en verkopen aan de buren. Bij ons in Lorgues gaat niets verloren. Een gebarsten vaas? Verkopen aan de buren. Een tabouret met een gebroken poot? Verkopen aan de buren. Het nachtkastje van onze zoon met die verdachte vlekken die we er niet meer uit krijgen? Verkopen aan de buren. Een stel ouwe zakdoeken vol snot? Verkopen aan de buren.
Zo gaat dat, half september, op een Provençaalse boulevard.
