Cro Magnon
Vrieeend,
Sta me toe deze brief te beginnen met het inschoppen van een open deur: het is warm dezer dagen, érg warm. ‘Wen er maar aan’, lees ik in de krant, ‘het is nog maar een begin’.
Ik haalde me op de markt een gebraden haantje. De dame van het kippenkraam herkent me inmiddels. ‘Bonjooooour’, zingt ze, ‘ça vaaaaa? Il ne fait pas trop chaaaaud?’. Ze stond met haar rug naar het spit waarop de kippen worden gebraden en het zweet droop van haar voorhoofd en ongetwijfeld ook via haar rug tot in haar sandalen. In een vlaag van empathie antwoordde ik dat het inderdaad erg warm was op mijn appartement maar dat het waarschijnlijk vanuit haar standpunt bekeken nog best draaglijk moest zijn. ‘Hoe hou je het vol?’, vroeg ik haar. ‘Op karakter’, knipoogde ze, ‘en vannamiddag, thuis, leg ik me een uurtje in een bad met koud water’.
In het water liggen kan inderdaad helpen.
Vorige zondag ging ik, zoals eerder aangekondigd, op bezoek bij Michelle. We aten een ronduit schitterende versgemaakte pizza, gepresenteerd op een flinterdun deeg. Ik had genoeg met één stuk maar nam toch maar een tweede, zo lekker.
Na de lunch installeerden we ons in de schaduw van het terras waar het maar 37°C was. Ik zeg “maar” want in de zon liep het op tot 41°C als ik tenminste de thermometer in mijn wagen mocht geloven.
Michelle heeft met veel doorzettingsvermogen haar zwembad gereanimeerd. Ik zal je niet vervelen met de details maar er lopen nogal wat oplichters rond in het wereldje van het zwembadonderhoud. Maar kijk, het is haar gelukt. De PH-waarden zijn prima, de chloorwaarden zijn in balans, het water is, kortom, zo helder en klaar als... water. Ik kon er maar moeilijk aan weerstaan en plonsde erin. En nog eens en nog eens en nog eens.
Een frisse duik, meer heeft een mens niet nodig op een warme zomerse zondag.
Als je zoals ik een appartement op het vierde van een dorpshuis op de Boulevard Clemenceau betrekt, red je het niet zonder de ouwe knorrende airco die je overnam van je vader zaliger. Ik ben geen groot aanhanger van airco, laat dat geweten zijn, maar zónder zou ik moeten verhuizen naar een grot in de bergen. Zover zijn we dus met onze planeet. Ofwel moet je gebruik maken van een energieverslindend koelingsapparaat, ofwel word je een Cro Magnon. Ik twijfel nog.
Maar om nu nog even terug te keren naar het plonzen in het zwembad van Michelle (en nog eens en nog eens en nog eens), toen ik die avond voor de badkamerspiegel stond om mijn tanden te poetsen voor het slapengaan, merkte ik dat ik roodverbrand was. Nochtans, het plonzen in het zwembad van Michelle (en nog eens en nog eens en nog eens) beperkte ik telkens tot erin en eruit. Elke plons kan niet langer hebben geduurd dan maximum één minuut. Vervolgens zette ik me druipnat in de schaduw en liet me opdrogen terwijl we een tasje koffie dronken en een Madelaineke aten als vieruurtje.
En toch bleken mijn schouders, borstkas en rug verbrand.
Een mens staat er niet bij stil hoe ongenadig hard de zon onze planeet geselt. En dat je moet smeren, smeren, smeren. Óf je met je kleren en al in het water begeven, wat toch iets minder comfortabel aanvoelt. Want dat trekt tegen.
We zullen er maar aan wennen zeker? Misschien zullen we zelfs ooit zeggen dat de zomer van 2025 nog niet de kwaadste was. Misschien worden de zomers vanaf nu elk jaar een paar graden warmer. Misschien zijn zwembaden dan niet langer een aangename luxe maar een noodzaak om de hittegolven te overleven.
Toch nog maar eens nadenken over die grot in de bergen. Als daar een stabiel internet voorhanden is, de riolering is min of meer in orde en ik kan me 's avonds op een kampvuurtje een blikje Heinz Baked Beans opwarmen, moet dat kunnen.
