Allemagne-en-Provence

Bridge

Geschreven door: | Gepost op: | Categorie:

Vrieeend,

Bij het groentekraam werd ik aangesproken door een magere dame met kort grijs haar. Ze was speciaal naar de markt gekomen om uit het aanbod knoflook twee bollen te kiezen die voldeden aan haar eisen. Dat was blijkbaar een erg tijdrovende en moeilijke bevalling. Ik keek het even aan en vroeg me af welke criteria er dienen te worden gebruikt om knoflookbollen te selecteren en of het echt nodig is om die allemaal apart te besnuffelen, te betasten, om te draaien en aandachtig te bekijken. Voor mij is dat een kwestie van seconden, ik neem gewoon twee stuks uit de hoop en klaar. Maar wie ben ik? Ik ben geen Mediterraan van geboorte.

Eigenlijk was het mijn beurt om af te rekenen maar ik liet haar voorgaan. Terwijl zij stond te graaien in de knoflook had ik mijn boodschappenmand gevuld met een viertal flinke aardappelen, een paar witloofstronken, een rode ui, een gele courgette, een aubergine, broccoli, een zoete aardappel, vier tomaten en een tros bananen. Mijn aankopen waren dus iets omvangrijker dan haar knoflookoogst.

‘Doet u maar eerst’, zei ik. ‘Oh, maar ik ben niet gehaast hoor’, antwoordde de magere dame, ‘ik ben op pensioen, ik heb de hele dag niks te doen. Jij zal ook wel op pensioen zijn zeker?’. ‘Neen’, antwoordde ik, ‘Nog niet’. De magere dame monsterde me. ‘Belg zeker?’, vroeg ze, ‘In onze bridge-club zitten ook een paar Belgen. Waarom kom je niet eens een keer meespelen? We hebben altijd te weinig mannen, hihi’.

‘De spelregels van bridge zijn me jammer genoeg totaal vreemd’, bekende ik, ‘Toen ik nog jong was, werd ik eens een keer hevig verliefd op een prinses. Toen het uitraakte heb ik me als troost op patience gestort. Dat speel ik sindsdien vol overgave, soms zelfs met mijn ogen dicht. Ook als ik ’s nachts lig te piekeren en met mezelf gesprekken voer in vreemde talen kan een spelletje patience me tot rust brengen. En dan was er ook nog een tijd dat ik een middelmatige kleurenwiezer was. Bridge heb ik echter nooit gespeeld’. ‘Oh maar ik zal je dat wel leren’, antwoordde ze, ‘Kom gewoon naast mij zitten, ik leg je dat wel uit’.

‘Take me to the bridge’, grapte ik. Het gezicht van de magere dame kreeg iets van een verwonderde kabeljauw. ‘James Brown’, verduidelijkte ik, ‘Sex Machine?’. De magere dame keek me aan met een indringendheid die me ongemakkelijk maakte. ‘Zoek er alsjeblieft niets achter’, haastte ik me, ‘het is een liedje uit de jaren zeventig. Get up, get on up, like a sex machine, take me to the bridge… neen?’.

Neen dus.

Ik besefte dat ik had te maken met een geval van loslopend wild. Een jonggepensioneerde met veel te veel tijd en niks omhanden, steeds een gevaarlijke combinatie. Tijdens het jachtseizoen mag je die trouwens gewoon afschieten. Ik geef het maar mee. Maar voor je ’t weet zit je dus elke avond aan de kaarttafel te bridgen met een vreemde hand op je been. Daarvoor ben ik niet in de Provence komen wonen.

Aan de andere kant is het een geruststelling om te weten dat je ergens terechtkan. Als het plots niet meer gaat, als je in een soort verdwazing met je kop tegen de muur begint te slaan, als je vanuit wanhoop voor jezelf Vlaamse schlagers begint te zingen, als je - kortom - de pedalen verliest, ... Dat je dan kan gaan bridgen met een magere dame met kort grijs haar die je de spelregels zal uitleggen, kan het verschil maken.

Alles heeft zijn prijs.

‘Kom anders woensdagavond eens af? Gewoon om te proberen’, drong de magere dame aan. ‘Ai, neen’, zei ik snel, ‘woensdag zit ik in Duitsland’. Het was maar een halve leugen want ik was vorige zondag samen met Michelle nog op uitstap geweest naar Allemagne-en-Provence. Dat bestaat dus echt. Meer dan een oud kasteel aan de rand van een mistroostig dorp is het niet, daarvoor moet je het niet doen, maar om er te komen moet je over een hoogvlakte met eeuwige lavendelvelden waar het zelfs nu, in de winter, heerlijk geurt. Zoals de wijze zegt, is de weg er naartoe boeiender dan de bestemming “an sich”. Dat overkomt je wel eens vaker in de Provence.

‘Oei, Duitsland’, sprak de magere dame, ‘voor zaken of voor het plezier?’. ‘Ik stam af van een oud adelijk Beiers geslacht’, fantaseerde ik lustig verder - eens je begint te liegen, kan je er maar beter helemaal voor gaan -, ‘Mijn naam is Heinz Von Lengeler en mijn grootouders zijn in 1945 gevlucht naar België waar zij onderdak hebben gekregen bij hun neef, markgraaf van der Noot, markies van Assche. Af en toe moet ik voor geheime zaken naar Hohenschwangau maar daar kan ik verder niets over kwijt, het ligt politiek nogal gevoelig’.

De magere dame rekende in stilte af en maakte zich snel uit de voeten. De man van het groentekraam woog met een brede glimlach op zijn gelaat mijn aankopen.

‘Dat is dan twaalf euro zestig’, zei hij, 'daar bent u mooi aan ontsnapt'. En hij wenste me nog een mooie dag toe.

Yep!

Boulevard Clemenceau
Schrijf je in op de blog en krijg een bericht als er een nieuwe brief is,

(of stuur gewoon een reactie).


11 Boulevard Clemenceau
83510 Lorgues
France

© Hans Lengeler 2020
Update 2025
www.webdesign-prepress.com

Geen verborgen cookies, geen heimelijke trackers, geen advertenties, geen ChatGPT. What you see is what you get!