Apéro
Vrieeend,
Het is wisselvallig. Het weer, bedoel ik. Wind, regen, zon… niks nieuws. We gaan dit weekend ook alweer naar die fucking uurverandering. ‘Beslis nu eindelijk eens’, denk ik dan, ‘ga voor het één of voor het ander maar stop met gedurig van gedacht te veranderen. Iedereen hààt die uurverandering, hou op met de bevolking zo te kloten! Lulhannessen!’.
Het is toch waar? We hadden het er deze week tijdens de apéro bij mijn buurvrouw van het tweede ook nog over. Dat het moet gedaan zijn met die zever.
Goed, dat moest er even af.
Eigenlijk wilde iets kwijt over de Franse apéro. Lang dacht ik dat een apéro iets was om de eetlust op te wekken. Zoals een aperitiefje dus. Maar, putaing, na een Franse apéro heb je geen eten meer nodig. Ik heb me er alweer aan laten vangen deze week.
Mijn buurvrouw van het tweede kwam op maandagnamiddag aankloppen. Of ik het erg zou vinden om haar ouders binnen te laten want zelf had ze nog een afspraak bij de osteopaat en ze wist niet hoe lang dat zou duren en nu kwamen haar ouders om haar te helpen met de voorbereiding van haar verhuis naar de Vendée. ‘Kom binnen’, zegde ik, ‘dat vraagt om een koffietje. Vertel. Je gaat weg uit Lorgues?’.
Mijn buurvrouw van het tweede nam het appartement over van Pierre, mijn vriend en de dirigent van de Philharmonie Lorguaise. Ze speelt in haar vrije tijd dwarsfluit en saxofoon en kreeg een plekje in het orkest van Pierre. Maar driewerf helaas, ze moet voor haar werk nu helemaal naar de andere kant van Frankrijk. De Vendée, dat is een barbaarse goelag in “le nord”, dat ligt aan de Atlantische oceaan, het is daar kil, het is daar waar de grisaille ontstaat, de wolken vallen er zomaar uit de lucht.
‘Tja, het is wat het is’, beantwoordde ze mijn verbazing. ‘Het is interessant werk, ik wil het echt graag en ik ben niet bang om te verhuizen. Ik woonde al in Afrika, in Mâcon, in Lyon, in Marseille, een jaar in London, … Het is weer eens een ervaring’.
Ze stelde voor om ten afscheid samen met Pierre een apéroke te doen, nu donderdag om negentien uur. Ik antwoordde prima en dat ik er zou zijn en dat ik een uitstekend wijntje zou meebrengen.
Op dinsdag, woensdag en donderdag had ik het druk met het werk en in mijn ijver om alles wat overbodig is weg te gooien, onthield ik “negen” en vergat “tien”. Zodoende kreeg ik bericht rond kwart na zeven om te vragen waar ik bleef. ‘Sufferd’, verweet ik mezelf en ik stortte me de trappen af naar het tweede.
Pierre was al druk in gevecht met een fles bubbels en Maguelone, want zo heet mijn buurvrouw van het tweede, had gezorgd voor een tafel vol hapjes. En voor later was er nog zelfgebakken taart. Ik had instant spijt dat ik al een licht avondmaal had gegeten want ik verkeerde dus in de veronderstelling dat we gingen aperitieven om negen uur in de plaats van om negentién uur. Ik weet het, het is raar om zo laat op de avond te aperitieven maar de zuiderling eet nu eenmaal veel later dan de noorderling, ik had er me in mijn onschuld dan ook geen vragen bij gesteld.
De avond vloeide voorbij als warme chocolade. Zo gaat dat als je het over ongeveer alles eens bent. Dat muziek de hoogste der kunsten is, dat het licht in de Provence uniek is, dat de herfst best kan worden genuttigd met Franse of Venetiaanse barok, dat de uurverandering onzin is, dat FIP Éclectique de beste radio ter wereld is, dat het Fortuna Desperata van Isaac een zeer ontroerend en tijdloos stukje muziek is, dat alles wat fout gaat de schuld van Macron is, dat Pierre en Maguelone schatjes zijn en dat we mekaar zullen missen.
En ondertussen nipten we van onze glazen en maakten we de schotels met versnaperingen leeg.
Het was op een heel deftig uur dat Pierre aankondigde dat hij naar huis ging. Ik volgde zijn voorbeeld en bedacht dat één à twee glazen Crémant de Bourgogne een perfecte dosis zijn en dat mijn buik helemaal verzadigd was.
En dat een apéroke vooral draait om goed gezelschap.
